PRINCIPE 4
Bestuursleden en directeur zijn zich bewust van hun eigen rol en de onderlinge verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden en handelen daarnaar.
Door het bestuur zijn stichting als rechtsvorm en het bestuursmodel vastgesteld. De begroting en organisatiestructuur zijn in dit bedrijfsplan ook omschreven en komen ook naar voren in het jaarverslag van de stichting.
In het bestuursreglement is duidelijk omschreven welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden het bestuur en de directeur hebben.
De directeur legt verantwoording af aan het bestuur en voorziet hen van alle informatie om goed te kunnen functioneren als bestuur. Deze informatievoorziening vindt vier tot zes keer per jaar plaats. De informatievoorziening vindt plaats aan de hand van de gestelde doelen in het projectplan van de stichting en het jaarverslag. Het bestuur kan ook informatie vragen aan overige functionarissen zoals de marketeer van de organisatie en aan de externe boekhouder.
Bestuur en directeur zorgen dat zij vanuit het belang van de organisatie conflicten met de directeur of binnen het bestuur onderling actief beheersen en zo snel mogelijk oplossen. Eventuele arbeidsconflicten worden door het bestuur opgelost.
PRINCIPE 5
Het bestuur is eindverantwoordelijk voor de algemene leiding, het functioneren en de resultaten van de organisatie. De directeur geeft namens het bestuur uitvoering aan de dagelijkse leiding.
Bestuur en directeur handelen bij de vervulling van hun taak steeds vanuit het perspectief van de maatschappelijke doelstelling van de organisatie. Bestuur en directeur wegen daarbij de artistieke en zakelijke belangen van de organisatie en die van de interne en externe belanghebbenden op zorgvuldige en evenwichtige wijze af.
Bestuur en directeur zorgen ervoor dat de artistieke integriteit en onafhankelijkheid die voor een culturele organisatie wezenlijk zijn, worden gewaarborgd. Bestuur en directeur doen dit zowel intern als in de verhouding met subsidiënten, sponsoren, private en overige financiers. Bestuursleden zorgen dat zij goed toegerust zijn voor een adequate vervulling van hun functie en blijven daartoe steeds aan hun eigen ontwikkeling werken.
Ondanks de mandatering aan de directeur heeft het bestuur als taak wel nadrukkelijk aandacht te besteden aan de strategie, identiteit en continuïteit van de organisatie. Daarnaast is men verantwoordelijk voor naleving van wet- en regelgeving, de bedrijfsvoering, risicobeheer en het zakelijk beleid.
Het bestuur huurt de externe boekhouder in. De externe boekhouder brengt ten minste eenmaal per jaar in de bestuursvergadering verslag uit van zijn bevindingen. Een externe accountant controleert het jaarverslag van de boekhouder, deze account staat onafhankelijk van de boekhouder. De directeur rapporteert jaarlijks aan het bestuur over de relatie met de externe boekhouder en eventuele ontwikkelingen daarin.
Bij de benoeming van een directeur toetst het bestuur diens integriteit, kwaliteit en geschiktheid voor de functie. Het bestuur bespreekt zijn functioneren ten minste eenmaal per jaar buiten aanwezigheid van de directeur. Het bestuur rapporteert hierover in het jaarverslag. Het bestuur bespreekt ten minste eenmaal per jaar met de directeur over zijn functioneren en de onderlinge samenwerking.
De voorzitter heeft bijzondere taken: hij of zij bereidt de agenda voor, leidt de vergaderingen en zorgt voor een zorgvuldige besluitvorming binnen het bestuur. De voorzitter bewaakt het goed functioneren van het bestuur, collectief en individueel. De voorzitter is eerstverantwoordelijke voor de evaluatie van het bestuur. De organisatie zorgt voor een goede ondersteuning van de voorzitter.
In situaties waarbij sprake is van (mogelijke) belangenverstrengeling, tegenstrijdig belang, onderlinge conflicten of calamiteiten bevordert de voorzitter een zorgvuldige behandeling en besluitvorming door het bestuur. Hij of zij is in zulke situaties het eerste aanspreekpunt voor het de organisatie, de directeur, het bestuur en externe belanghebbenden.
PRINCIPE 6
Het bestuur gaat zorgvuldig en verantwoord om met de mensen en de middelen van de organisatie
Het bestuur van de stichting handelt als goed werkgever. Het schept de randvoorwaarden voor een goede en veilige werkomgeving, betrekt hierbij de interne belanghebbenden en stelt een interne gedrags- of integriteitscode op. De Code Culturele Diversiteit en de Fair Practice Code zijn hierbij toegepast.
Het bestuur maakt het mogelijk dat freelance medewerkers vermoedens van misstanden en onregelmatigheden zonder risico voor hun positie kunnen melden bij een vertrouwenspersoon of bij de voorzitter van het bestuur als deze onregelmatigheden het bestuur zelf betreffen.
Het beloningsbeleid voor de freelance medewerkers van de organisatie past bij de aard, omvang en maatschappelijke doelstelling van de organisatie en stemt overeen met wettelijke voorschriften en (waar van toepassing) subsidievoorwaarden.
PRINCIPE 7
Het bestuur is verantwoordelijk voor zijn samenstelling en waarborgt daarbij deskundigheid, diversiteit en onafhankelijkheid.
Het bestuur bestaat uit ten minste drie leden. De voorzitter, secretaris en penningmeester. Het bestuur waarborgt de onafhankelijkheid, deskundigheid en diversiteit in zijn samenstelling. De aandacht gaat onder meer uit naar kennis van het culturele veld, ondernemerschap en naar diversiteit in leeftijd, geslacht, etnische en maatschappelijke achtergrond.
De organisatie maakt vacatures in het bestuur openbaar en werft nieuwe bestuursleden op basis van profielschetsen en via een transparante procedure. Periodiek herijkt het bestuur de profielschetsen op basis van externe omstandigheden en aan de hand van de actuele strategische koers van de organisatie.
Elk bestuurslid moet het algemeen, artistiek en zakelijk beleid van de organisatie op hoofdlijnen kunnen beoordelen. Daarnaast draagt elk bestuurslid met eigen specifieke deskundigheid bij aan de kennis en expertise waarover het bestuur overeenkomstig zijn profielschets moet beschikken.
De maximale zittingstermijn voor bestuursleden bedraagt tweemaal een periode van ten hoogste vier jaar. De organisatie legt dat statutair vast. Herbenoeming van een bestuurslid vindt plaats via een zorgvuldige procedure. Een evenwichtige samenstelling van het bestuur, de actuele profielschets en een evaluatie van het functioneren van het betrokken bestuurslid vormen hiervoor de basis. Er geldt een zodanig rooster van aftreden dat niet te veel leden tegelijkertijd aftreden zonder herbenoembaar te zijn. Het rooster van aftreden is openbaar en wordt op de website van de organisatie geplaatst.
Nieuwe bestuursleden krijgen na hun benoeming een introductieprogramma aangeboden. Het programma gaat in op verschillende aspecten die voor hun functioneren als bestuurslid relevant zijn.